Direct naar de inhoud
Logo van de Europese Commissie
Public Health

Nieuwsbrief Gezondheid-EU 207 – In de kijker

Nieuwe aanbeveling voor de migratielimieten voor aluminium in speelgoed

door Renate Krätke, vicevoorzitter van het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids-, milieu- en opkomende risico's (SCHEER) en voorzitter van de Werkgroep voor aluminium in speelgoed

In zijn Eindadvies over de toelaatbare inname van aluminium met het oog op de aanpassing van de migratielimieten voor aluminium in speelgoed heeft het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids-, milieu- en opkomende risico’s (SCHEER) aanbevolen de toelaatbare dagelijkse inname vast te stellen op 0,3 mg/kg lichaamsgewicht/dag; 10% daarvan mag van speelgoed afkomstig zijn.

Hieruit kunnen de volgende migratielimieten voor aluminium in speelgoed worden afgeleid: 2 250 mg/kg in droog, bros, poederachtig of flexibel speelgoedmateriaal, 560 mg/kg in vloeibaar of kleverig speelgoedmateriaal en 28 130 mg/kg in afgekrabd speelgoedmateriaal. Aluminium kan vrijkomen uit speelgoed, vooral wanneer jonge kinderen op speelgoed kauwen of zuigen. Dit ingeslikte aluminium moet worden opgeteld bij dat afkomstig van andere bronnen, zoals de voeding, de belangrijkste bron van aluminium. Maar omdat deze andere bronnen al voor een hogere inname dan de huidige toegestane dagelijkse inname kunnen zorgen, beveelt het SCHEER aan om de extra blootstelling aan aluminium in speelgoed zo klein mogelijk te houden.

De veiligheidsvoorschriften voor speelgoed in de Europese Unie, die in de Richtlijn speelgoedveiligheid uit 2009 zijn vastgelegd, zijn strenger dan in de meeste andere landen van de wereld. Speelgoed met het EU-goedkeuringsmerk, dat in de EU in de handel mag worden gebracht, voldoet al aan deze rigoureuze veiligheidsvoorschriften. In de Richtlijn speelgoedveiligheid zijn namelijk ook al migratielimieten voor aluminium opgenomen De Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) had in 2008 grenswaarden voor de aluminiuminname vastgesteld. In 2011 werd dit voorbeeld gevolgd door het Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives.

Maar het is de taak van de Europese Commissie gezondheidsrisico’s, waaronder die van speelgoed, continu te bewaken. Daarom heeft zij haar onafhankelijke Wetenschappelijk Comité onlangs verzocht na te gaan of migratielimieten voor speelgoed nog steeds kunnen worden afgeleid van de innamelimieten.

Bovendien vroeg zij het SCHEER de beschikbare gegevens over de toxiciteit van aluminium te evalueren en op basis daarvan een aanbeveling te doen voor de toelaatbare dagelijkse inname hiervan en voor de migratielimieten in speelgoed, rekening houdend met het feit dat kinderen ook langs andere weg aluminium binnenkrijgen.

Op de website van de wetenschappelijke comités liep van 7 juli tot 10 september 2017 een openbare raadpleging. De nationale autoriteiten, internationale organisaties en andere betrokkenen werden hierover breed geïnformeerd. De resultaten werden meegenomen in het eindadvies, dat hierdoor evenwel inhoudelijk niet hoefde te worden veranderd.

Ik ben er trots op dat ik als hoofd van de werkgroep een bijdrage mocht leveren aan de veiligheid in de EU, en dan vooral die van de allerjongste en meest kwetsbare inwoners. Ik verheug me op de nieuwe uitdagingen van dit nieuwe jaar en hoop me ook nu weer verdienstelijk te kunnen maken voor onze samenleving.

Vooruitgang bij de kwantitatieve risicobeoordeling (QRA) van huidsensibilisering door bestanddelen van geurstoffen

Blootstelling aan bepaalde chemische stoffen leidt tot overgevoeligheid van de huid en mogelijk ook tot allergische contactdermatitis. Geurstoffen bevatten soms chemische stoffen die contactallergieën veroorzaken. Dat is een punt van zorg, aangezien geurstoffen niet alleen in parfums en reukwaters worden gebruikt, maar ook in allerlei andere cosmetische en andere producten.

Onlangs is het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid (WCCV) gevraagd een nieuwe kwantitatieve risicobeoordelingsmethode te evalueren die werd ontwikkeld in het kader van het project IDEA (International Dialogue for the Evaluation of Allergens). Deze methode, ook wel QRA2 genoemd, is gebaseerd op een ouder model voor de kwantitatieve risicobeoordeling van huidsensibilisering van de International Fragrance Association (IFRA).

Uit het QRA2-eindverslag blijkt dat er veel vooruitgang is geboekt sinds de oorspronkelijke publicatie over kwantitatieve risicobeoordeling, en het WCCV is van mening dat het, mits nog verder verfijnd, bruikbaar is voor het beoogde doel en zelfs ook voor andere toepassingen.

Meer informatie over deze ontwikkelingen is te vinden in het voorlopige advies van het WCCV over kwantitatieve risicobeoordeling van huidsensibilisering door geurstoffenbestanddelen (QRA2), dat in oktober 2017 op internet is gepubliceerd en waarop nog tot 22 januari 2018 kan worden gereageerd.